Burnout

Een bijnieruitputting wordt ook wel een burnout genoemd en dat is wel terecht. Gisteren kwam ik tot de conclusie dat ik een fysieke burnout heb en die conclusie vond ik niet prettig, maar het is zoals het is. De weerstand tegen deze conclusie is er omdat ik al een ervaring heb met een burnout en ik altijd heb gezegd dat gebeurt me nooit meer. Zover laat ik het nooit meer komen. Het is dus wel zover gekomen door een samenloop van omstandigheden zoals een auto ongeluk, een operatie aan mijn nek, bijwerkingen van het medicijn Lyrica en de PTSS therapie.

Dit is ontzettend veel fysieke stress in een zeer korte tijd. 

 

Ik heb een belangrijke les geleerd, er bestaan dus meerdere vormen van een burnout. Toen ik jaren geleden een burnout had was ik tot niets in staat, zat ik in een diep zwar gat en had ik nergens zin in. Ik heb toen de eerste twee maanden als een dood vogeltje op de bank gezeten. Ik zat er geestelijk helemaal doorheen, lichamelijk had ik toen nergens last van. 

De burnout (bijnieruitputting) die ik nu heb richt zich op het fysieke. Natuurlijk speelt het geestelijke hier ook in mee, want je wordt angstig van alle klachten die je hebt en je komt in de vicieuze cirkel van angst, gespannenheid en een lijf die allerlei signalen afgeeft. Het richt zich toch meer op het fysieke, op de verhoogde spierspanning die voor allerlei problemen zorgt. Mijn hoofd wil wel, maar mijn lijf geeft duidelijk een grens aan.

 

Het positieve aan deze vorm van burnout is dat ik niet het gevoel heb dat ik in dat zwarte gat zit, ik heb wel zin in het ondernemen van dingen en dat helpt me om naar het zwembad te gaan, mijn werk in het asiel te doen, de yogalessen te volgen en contact te hebben met mensen. Al deze dingen zorgen weer voor een stukje ontspanning waarmee ik de vicieuze cirkel kan doorbreken. En hoe mooi is het dat ik daar nu tijd voor heb.