Mijn dagen in het klooster (2)

Na een wat doorbroken eerste nacht op mijn 'cel', wennend aan de nieuwe geluiden, een ander bed en lastig gevallen door een insect wat graag naar buiten wilde en maar tegen het raam aan bleef vliegen, werd ik wat vermoeid wakker. Gemotiveerd door het 'meters maken', telefoon op vliegtuigstand en geen televisie als afleiding begon ik mijn dag met een schrijfbeoefening en het schrijven in mijn dagboek. De ochtenddienst (Lauden) begon om acht uur en dat was weer net zo mooi als de avonddienst. Even wennen aan het informatiebord waar alle nummers van de hymne, psalmen en gebeden vermeld stonden, maar toen ik eenmaal wist waar ik alles kon vinden, kwam het vertrouwen. Het zingen vond ik mooi, maar ik durfde nog niet mee te zingen. Ik kon me er nog niet helemaal aan overgeven. 

 

Na het Lauden kwam het ontbijt, de eetruimte binnen lopen zonder goedemorgen, eet smakelijk of hallo te zeggen. Misschien een knikje of een glimlach. Ik vond het lastig, misschien wel onbeschoft. Ik bedacht me dat iedereen hier zat voor die stilte en dat het juist heel onbeschoft zou zijn als ik iemand zijn stilte zou verstoren. Mijn ontbijt verzamelt bij het buffet, een plekje zoeken en eten. Het is vreemd om in stilte te eten, maar zoveel beter voor mijn ademhaling. Geen happen lucht tijdens het eten die zorgen voor opgeblazen darmen en geen hoog stemmetje tijdens het praten, omdat ik niet goed adem haal. De eetruimte vond ik wat bedompt, klein en donker en na de eerste dag stilte heb ik ervoor gekozen om mijn eten op een dienblad te zetten en het mee te nemen naar de kloostertuin om daar in het licht en de zuurstof te zitten tussen de mooie beuken in de beschutting van de kloostermuren. 

 

De stilte werd gedurende de ochtend al vertrouwd, we kregen nog een paar leuke schrijfopdrachten en mochten dit ook voorlezen aan elkaar. Want schrijven is ook hardop voorlezen wat je hebt geschreven. In die stilte was daar respect voor elkaar en na het voorlezen werd er niet gesproken over wat en hoe je had geschreven, wat daar ging het hier niet om. Het ging om luisteren en voorlezen, vanuit dat luisteren kan je veel leren over schrijven en het gebruik van taal. Het voorlezen van je eigen geschreven verhalen is best spannend, het is je ruwe tekst en dat is heel kwetsbaar en intiem. Uit die comfortzone, verstand op nul en je interne criticus even de mond snoeren en op de momenten dat het echt niet goed voelde dan was het ook goed als je het niet voorlas. Ik vond het prettiger om in klein comité voor te lezen en zodra we met de gehele groep bij elkaar zaten heb ik het aan mij voorbij laten gaan, dat vond ik iets te veel uit mijn comfortzone en ik wilde ook graag in de stilte  bij mezelf blijven.

 

De middag begon met de middagdienst en die was in de kleine kapel, heel intiem en een broeder in korte broek, t-shirt en teenslippers. Tijdens deze dienst werd gezamenlijk gezongen, werd er een verhaal voorgelezen en mochten we een kaarsje aansteken met daarbij een wens of gebed. Een mooi ritueel waarin de rust van het klooster nogmaals werd benadrukt. Na de lunch, wat een warme maaltijd was en waar ik erg aan moest wennen, had ik de hele middag de tijd om te wandelen, schrijven, mediteren, slapen, liggen, lezen. Deze tijd was voor mijzelf en heb ik gebruikt om veel te schrijven, want in de stilte kwamen er zoveel ideeën opborrelen dat ik maar bleef schrijven. Daarnaast ook veel tijd genomen om met mijn yogamatje in het gras te liggen en een spannende thriller te lezen op mijn e-reader. De middagen waren ontspannend en productief.

 

Elke avond stond de schrijverssalon op het programma, een half uurtje waarin werd nagedacht over wat nu een goede schrijver is en dat dit ook heel subjectief is, er werden fragmenten voorgelezen uit boeken en gekeken naar de schrijfstijl van de schrijver.

Na de salon nog even een uurtje schrijven op de zolder met een kopje thee of een flesje radler lemon, douchen en naar bed. Elke dag was een zelfde ritme, een zelfde structuur met andere onderwerpen voor de schrijfbeoefening. Ik heb me totaal overgegeven aan deze structuur, het niets moeten, het verzorgende vanuit dit ritme. De stilte vond ik helend en ik werd met de minuut rustiger en rustiger, ik heb acceptatie ervaren waarin ik mag zijn wie ik ben en dat ik goed ben zoals ik ben. 

 

Op woensdagavond, de avond voor de laatste dag van het programma werd na de schrijverssalon de stilte doorbroken door het schitterende gezang van een collega schrijver en dat was zo mooi dat na haar zang niemand de stilte durfde te doorbreken. Ik vond het wel jammer, want ik voelde me lekker in die stilte en het had wat mij betreft ook tot de volgende dag mogen duren, maar eenmaal de stilte doorbroken nog wel een paar leuke gesprekken gehad en merkte gelijk dat ik een uur later naar bed ging dan de avonden daarvoor, het ritme doorbroken.

 

Te veel praten ervaar ik soms als modder die, dat wat er daadwerkelijk gevoeld wordt, besmeurd. Het voelen wordt onderbelicht en ik blijf dan in de vicieuze cirkel van dat wat mij raakt hangen en kom niet verder met het verwerken. 

 

Na een laatste Lauden begon de ochtend wederom met ademhalingsoefeningen en een schrijfbeoefening met de titel "Beschrijf één persoon uit de groep' en dit moest dan wel dezelfde persoon zijn als waarover je de eerste dag had geschreven, hebben we afscheid genomen van elkaar door je waardering voor de persoon die tegenover je stond te uiten. Wat mij betreft de beste manier om een cursus te eindigen, een mooie manier van afscheid nemen en je krijgt vervolgens na de lunch niet meer dat ongemakkelijke gedag, handjes geven, misschien een zoen of een knuffel, elkaar succes wensen en beloven contact te blijven houden omdat dat beleefd is. Nee, gewoon na de lunch je koffertje pakken, in de eetzaal luid en duidelijk of misschien wel heel zachtjes roepen:  'dag en wel thuis'!