Buslijn 83

Vanochtend stapte ik in de trein naar Eze-sur-Mer met als einddoel een bezoekje aan Eze Village. Een pittoresk dorpje in de bergen waar de tijd stil heeft gestaan. Vanaf het treinstation was het nog een kwartier met de bus. Er stonden veel mensen bij de bushalte, we waren duidelijk niet de enige toeristen.

 

Er kwam een kleine bus aangereden waarvan al zeker was dat er niet voor iedereen een zitplaats zou zijn. We hadden geluk en konden nog twee zitplaatsen bemachtigen. De bus vertrok, ik zat met mijn rug naar de chauffeur toe en had geen zicht op de weg. Bij de eerste bocht merkte ik al dat dit niet helemaal goed ging. Ik had er niet bij stil gestaan dat we via een steile bergweg met veel scherpe bochten naar het dorp moesten, niet echt heel slim van me, wetende dat Eze een dorpje in de bergen is.

 

Mijn handen werden klam, ik voelde me wat duizelig in mijn hoofd, kreeg het warmer en warmer, het koude zweet op mijn rug. Na elke bocht ging ik me slechter voelen, een wit gezicht, blijven ademen en concentreren op een punt voor me. Het remmen en optrekken van de bus deed mijn maag geen goed. Ik werd misselijk en ging me nog een beetje rotter voelen. Voor me uit kijken en niet denken aan misselijk worden en het gevolg van heel misselijk worden. Overgeven in een stampvolle bus, geen plastic zakje en bedenken waar het in te doen als ik het echt niet meer tegen kon houden. Ik had een tuniek aan en genoeg stof om er een soort van zakje van te maken, maar ik keek niet echt uit naar deze optie. 

 

Hoe lang moest ik nog, ik durfde niet om me heen te kijken, krampachtig het buskaartje in mijn klamme, zweterige handen heen en weer draaien, een diepe buikademhaling. Het hielp me allemaal niet. Ik zat ondertussen dicht tegen een paniekaanval aan. Edwin zat aan de andere kant van de bus en heeft niets meegekregen van mijn penibele situatie. En net toen ik dacht nu gaat het gigantisch fout, zag ik op een meter of tweehonderd het dorpje Eze liggen. De bus stopte, opgesprongen en de bus uit gerend zonder ook maar op iemand te letten en rekening te houden met mijn medereizigers. Er was maar één ding belangrijk op dat moment en dat was ervoor zorgen dat ik buiten geraakte, frisse lucht tot me kon nemen en vast grond onder mijn voeten kreeg. Trillend op mijn benen en immens opgelucht dat ik een beschamend kots incident had weten te voorkomen.  

 

Ter plekke besloten dat ik met geen tien paarden meer in dat busje zou stappen, we zijn op de filosofische toer gegaan en het Nietzsche wandelpad richting Eze-sur-Mer afgedaald. Met trillende benen bij het treinstation aangekomen, maar deze keer niet van misselijkheid.